Salsa is een verzamelnaam voor verschillende soorten dansen en ritmes zoals: Son, Mambo, Guaguancó, Cha-cha-cha en Danzón, en nog veel meer.

De salsa is ontstaan in Cuba uit de Cubaanse Son.

Verschillende Cubaanse zangers traden op in Amerika inde jaren 50 met, de toen der tijd populaire, Big Bands en toen ontstond de MAMBO.

Deze ontwikkelde zich verder in het Caribische gebied, Latijns Amerika en noord Amerika, met een wat kleinere muziekformatie dan de Big Bands, maar toch met een bezetting tussen de tien en twaalf personen, tot de nu zobekende SALSA (letterlijk vertaald SAUS)

Daar waar Latino’s zich vestigden ontwikkelde de salsa zich weer verder.
De salsa is inmiddels wereldwijd een bekende en vooral geliefde muzieksoort en dans. Ook in Nederland is de opmars van de salsa onontkenbaar.
Salsa wordt veel gedanst in Latijns-Amerikaanse landen en wordt door jong en oud gedanst.

Wereldwijd danst men salsa hoewel er wel verschillende stijlen zijn om salsa te dansen. Op de eerste tel (op de een), op de tweede tel (de zogenaamde New Yorkstijl, nauw verwant aan de Mambo), op de drie (veel Antillianen dansen op de 3) of op de 4e tel (o.a. de Son wordt op de 4e tel gedanst). Maar dit allemaal met linksvoor.

Salsa is geen statische stijl maar legt de nadruk op beweging. Dat betekent ook dat er geen vaste volgorde is waarin wordt gedanst. De man leidt en bepaalt aan de hand van de muziek ter plekke de figuren.

Een set danspassen in een salsadans is onderverdeeld in 8 tellen verdeeld over twee maten van 4 tellen. Omdat de 4e en 8e tel vaak een rust is wordt er vaak op de volgende manier meegeteld: 1, 2, 3.... 5, 6, 7.... Dezelfde tellen worden muzikaal gezien ook wel gegeven als 1 en 2 ... 3 en 4 ..., en wel als één 4/4 maat, wat veel eenvoudiger te begrijpen is.